SharePoint

SharePoint 2013 – Onder de motorkap

11 februari 2013

Met de komst van SharePoint 2013 en de in vele blogs gepubliceerde nieuwe functionele mogelijkheden, wordt het hoog tijd om eens onder de motorkap naar de benodigde infrastructuur te kijken. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

lookingunderthehood

Hoeveel servers heb ik nodig?

Wat betreft het aantal servers is er weinig veranderd. Het belangrijkste verschil zit hem in het interne geheugen van de webserver en de applicatieserver. Nog steeds wordt aangeraden om in ieder geval de volgende rollen te onderscheiden voor de servers:

SP2013Motor1

Voor de applicationserver is nog van toepassing dat er in SharePoint 2013 een nieuwe service beschikbaar is: de app Management Service. Hiermee kunnen apps in SharePoint worden geïnstalleerd. In onderstaande figuur wordt de topologie van de kleinste SharePoint-farm getoond die nodig is als performance en beschikbaarheid beiden belangrijke eisen zijn. Alle drie de rollen zijn dan dubbel uitgevoerd, zodat ze bij uitval elkaars taken overnemen. Afhankelijk van het belang kan ervoor worden gekozen om de webserver, applicatieserver of databaseserver enkel uit te voeren.

SP2013Motor2

Ook virtualisatie van de servers is mogelijk. Let er bij dubbel uitvoeren van de databaseservers wel op dat SQL Server clustering of mirroring wordt toegepast (of ‘AlwaysOn’ in het geval van SQL 2012). Het is ook mogelijk om de webserver en de applicatieserver op één server te installeren. Ik raad aan dit alleen te overwegen als het gaat om: een evaluatieomgeving,een testomgeving,een demo-omgeving of een omgeving met een zeer beperkt aantal gebruikers. In het laatste geval kunnen de webserver en de applicatieserver weliswaar op één server draaien, maar is het raadzaam om de databaseserver apart te zetten. Belangrijk om te weten: kies bij het servertype altijd voor complete installatie. Alleen dan is het mogelijk om de verschillende rollen op verschillende servers te plaatsen. Kies je voor een stand-alone installatie, dan kun je de rollen achteraf nooit meer over de verschillende servers verdelen. Dit geldt ook voor de gratis Foundation-versie van SharePoint 2013.

Is bovenstaande infrastructuur altijd voldoende?

De hierboven weergegeven infrastructuur is niet in alle gevallen voldoende. De juiste topologie is namelijk van veel factoren afhankelijk, waaronder:

[listdot]

  • het aantal gebruikers
  • de gewenste performance
  • de gewenste beschikbaarheid
  • de hoeveelheid data
  • het wel of niet gebruikmaken van Office Web-apps
  • de mate waarin de searchmogelijkheden van SharePoint 2013 worden gebruikt
  • het aantal farms en het wel of niet fysiek gescheiden houden van de farms

[/listdot]

Waarom heeft de databaseserver geen extra geheugen nodig ten opzichte van de vorige versie?

De query processing component van SharePoint 2013 is een stuk krachtiger geworden. Hierdoor wordt de SQL Server minder belast en zijn de performance-eisen lager vergeleken met SharePoint 2010. De keerzijde is wel dat de overige servers hierdoor meer resources nodig hebben. Bijkomend voordeel van SharePoint 2013 is dat de SharePoint-database veel minder groot wordt. SharePoint 2013 gaat namelijk veel slimmer om met versiebeheer. In SharePoint 2010 werd een nieuwe versie van een document fysiek als nieuw document in de database geplaatst; in SharePoint 2013 wordt gebruikgemaakt van shredded storage. Hierbij worden van de nieuwe versies alleen de verschillen ten opzichte van het vorige document opgeslagen. Als je tien versies van een Word document van 1 MB in SharePoint 2010 opslaat, kost je dat 10 MB. SharePoint 2013 brengt dit terug tot ongeveer 3MB.

Moet ik nu overgaan op Windows Server 2012 en SQL Server 2012?

Het is niet strikt noodzakelijk om over te stappen op Windows Server 2012 en SQL Server 2012. Ook op Windows Server 2008R2 SP1 in combinatie met SQL Server 2008R2 draait SharePoint 2013 prima (lagere versies worden afgeraden). Maakt u wel gebruik van de nieuwe technologie, dan profiteert u van een aantal voordelen. Met Windows Server 2012 kunt u bijvoorbeeld meer resources aan een virtuele server toekennen. Hierdoor zijn er minder virtuele servers nodig voor grotere omgevingen. Het voordeel van SQL Server 2012 is dat het eenvoudiger wordt om, door middel van het configureren van Availability Groups, de server in de lucht te houden. Behalve eenvoudiger is het ook goedkoper dan de voorheen gebruikelijke oplossingen als mirroring en SQL-clustering.

Conclusie

SharePoint 2013 is wat betreft de infrastructuur niet al te veel gewijzigd ten opzichte van SharePoint 2010. De nieuwe uitgebreide mogelijkheden van bijvoorbeeld de searchengine vragen wel meer geheugen van de servers, maar dat is het zeker waard. Nog steeds is het van belang om van tevoren de juiste topologie te bepalen. Nieuwe technologieën als SQL Server 2012 en Windows Server 2012 kunnen die topologie eenvoudiger maken. Virtualisatie biedt hierbij als voordeel dat je kleiner kunt beginnen, en door monitoring van de omgeving op het juiste moment kunt besluiten om uit te breiden.

You Might Also Like

3 reacties

  • avatar
    Reply Marc 11 februari 2013 at 13:08

    Hallo Erik,

    wat het volgens mij ook waard is om te vermelden en wel degelijk een groot wezenlijk verschil tov sp2010, is dat de zgn “Stretched Farm” niet meer wordt ondersteund vanaf sp2013.

    http://technet.microsoft.com/en-us/library/cc262485.aspx#hwLocServers

    Hetzelfde geldt voor een stretched SQL cluster. Dit wordt ook niet meer ondersteund. Hoe zou jij nu je failover en disaster recovery indelen?

    • avatar
      Reply Erik Bouman 28 maart 2013 at 14:29

      Hoi Marc,

      Daar heb je helemaal gelijk in. Ik weet dat het met SharePoint 2010 wel kon onder de voorwaarde dat de vertraging tussen de SQL server en de frond-end webservers maximaal 10 miliseconden is, met minimaal 1Gb per seconde bandbreedte. Nu is de eis voor SharePoint 2010 en een stretched farm al teruggebracht naar maximaal 1 miliseconde.

      De beste manier om het nu in te realiseren is een standby farm in een 2e datacenter in te richten. Dit kan een ‘cold’, ‘warm’ of ‘hot’ standby zijn afhankelijk van de wensen en eisen. Dit staat beschreven in:

      http://technet.microsoft.com/en-us/library/ff628971.aspx

      Het SQL cluster principe zoals dat in de pre-2012 versies gebruikt werd is in SQL Server 2012 vervangen door AlwaysOn availability groups. Deze methode maakt het mogelijk om databases hoger beschikbaar te maken. Iets om rekening mee te houden is wel dat AlwaysOn een Enterprise functionaliteit is.

      Ik verwacht persoonlijk dat de ondersteuning wel weer gaat komen. Maar zekerheid daarover is er niet.

  • avatar
    Reply Erik Bouman 10 mei 2013 at 11:58

    Een update met betrekking tot de stretched farm en SharePoint 2013. Uit het meeste recente TechNet artikel van Microsoft (aanpassing 2 april) blijkt dat de stretched farm in ieder geval weer wordt ondersteund:

    http://technet.microsoft.com/en-us/library/cc748824.aspx#CfgStretchedFarm

    Wel onder de volgende voorwaarden:
    1. There is a highly consistent intra-farm latency of <1ms (one way), 99.9% of the time over a period of ten minutes. (Intra-farm latency is commonly defined as the latency between the front-end web servers and the database servers.)

    2. The bandwidth speed must be at least 1 gigabit per second.

  • Plaats een reactie